Bouwkundig detailleren voor tekenaar en ontwerper:

Vloeren op vaste ondergrond.

Voor de volgende onderwerpen ga naar:

algemeen;
draagvloeren op vaste ondergrond;
draagvloeren van beton en gewapend beton;

voorbeeld;



 

Algemeen:

leidraad tekst:  Jellema 1964

Bij vloeren onderscheiden we in de regel twee onderdelen:
 -  de draagvloer;     (Dit is het gedeelte van de vloerconstructie die de belastingen opneemt.)
 -  en de dekvloer.   (Dit is de laag waarmee de draagvloer wordt afgedekt of afgewerkt.)

Draagvloeren en vloeren op vaste ondergrond:
Zijn draagvloeren aan de einden op balken of muren opgelegd, dan spreken we van vrijdragende vloeren. Deze constructie moet dus buigende momenten kunnen opnemen.
Is een vloerconstructie hier niet op berekend, dan moet ze gelijkmatig worden ondersteund.
Dit zijn de z.g.. vloeren op vaste ondergrond. Hier neemt de onderliggende zandlaag de belastingen op en brengt die op de ondergrond over.

Men zou ze dus tot de dekvloeren kunnen rekenen.
Om de drukverdelende taak van deze vloeren worden ze echter bij de draagvloeren ingedeeld.
klik hier om naar boven te gaan



 

Draagvloeren op vaste ondergrond:

Deze vloeren worden toegepast in die ruimten op de begane grond, waar een voldoende draagkrachtige ondergrond aanwezig is en die er door hun bestemming voor in aanmerking komen zoals werk-en opslagplaatsen, schuren, binnenplaatsen enz.

De ondergrond zal in de regel opgehoogd moeten worden. Hiervoor gebruiken we vastliggend zand, b.v. niet te scherp rivierzand of weinig verontreinigd bergzand.
Voor zover de ondergrond uit onbetrouwbaar materiaal bestaat, b.v. veen of teelaarde, moet dit eerst worden weggegraven.

Worden vloeren op vaste ondergrond buiten gebouwen toegepast, dan spreekt men van bestratingen, vooral als gebruik is gemaakt van kleine elementen.

zie   bestrating bij het onderdeel materialiering/ontwerpelementen.

Op de vaste grondslag kunnen we aanbrengen: klinker-, kei-, tegel-en natuursteenbestrating (alle meestal draag-en dekvloer tegelijk)
en stampbeton-en gewapend-betonvloeren (meestal uitsluitend draagvloer).

Uitzonderingen hierop zijn:
de gebakken tegelvloeren op klinkerbestrating welke in de smalle gangen en kleine keukens van woonhuizen werden toegepast;
Door de eenzijdige (loop)belasting lag de vloer achter het aanrecht en in het midden van de gang na enige jaren meetal iets lager.

de grafzerkenvloeren in kerken.
zie   subonderwerp bij het onderwerp "Niet naadloze steenachtige vloerafwerking".
klik hier om naar boven te gaan



 

Draagvloeren van beton en gewapend beton:

leidraad tekst:  Jellema 1964

Vloeren, samengesteld uit stenen, tegels of natuurstenen platen, hebben naden of voegen, waarin -ook na het schoonmaken - vuil,kan achterblijven. Ondanks de zandaanvulling is de afsluiting van de ondergrond nooit volkomen. Door het indringen van eventueel schrobwater zal de zandlaag inklinken, wat tot ongelijk zakken van de klinkers, de tegels enz. kan leiden.

Deze bezwaren kunnen we ondervangen door toepassing van betonvloeren. Zij worden voornamelijk gebruikt als draagvloer voor een stenen of een houten dekvloer, maar een enkele maal kunnen ze ook zonder dekvloer voorkomen, o.a. in werkplaatsen en schuren; ook dienen ze wel als bodemafsluiting onder begane-grondbalklagen.

zie   vloerafwerking monolietvloeren bij het onderdeel "Vloerafwerking".

stampbeton vloeren Deze vloeren hebben geen oplegging, in tegenstelling tot de bij de fundering genoemde plaatvloeren met vorstrib en de kelder vloeren, maar liggen tussen de muren en kunnen dus bij inklinken van de bodem vrij mee zakken.

zie   funderingen op staal bij het onderdeel "Skelet (funderingen en kelders)".
zie   de extra bij "Gemetselde kelders" van het onderdeel "Skelet (funderingen en kelders)".

Zij worden uitgevoerd van stamp-of gietbeton in dikten van 60 tor 80 mm, al of niet voorzien van een zeer lichte bovenwapening, waardoor scheurtjes tengevolge van krimpen van het beton worden vermeden (krimpnet).

afbeelding:   bron - cement en beton (uitgave no 1 (ENCI-CEMIJ n.v. 1939))

Is de ondergrond ongelijkmatig van samenstelling en plaatselijk weinig draagkrachtig of wordt de vloer ongelijk belast, dan krijgt deze een ongelijkmatige zakking. Er treden dan scheuren op en de vloer breekt. Dergelijke scheefgezakte en ongelijke vloeren zijn als draagvloer ongeschikt, onverschillig of er al dan niet een dekvloer op komt, want die scheurt en zakt mee.
De gevolgen van plaatselijke zakkingen zijn hier veel ernstiger dan bij vloeren van klinkerbestrating of tegels, die gemakkelijker zijn te repareren.

Om deze bezwaren tegen te gaan voorzien we de vloer van een wapening. We krijgen dan een stijve plaat die, vrij gehouden van de muren, de belasting overbrengt op de meest, draagkrachtige gedeelten.
Daar van te voren niet is te bepalen, waar een buigend moment zal optreden en evenmin, hoe groot dit zal zijn en in welke zin het zal werken, wordt een doorgaand dubbel wapeningsnet aangebracht, waarvan de zwaarte wordt bepaald naar constructief inzicht en overeenkomstig de geldende voorschriften.
klik hier om naar boven te gaan



 

Voorbeeld:

bron:   Gietbouwdetails geluidwering - uitgave VOBN (www.gietbouw.nl)

gietbeton vloeren
 


Bouwkundig detailleren voor tekenaar en ontwerper:
dd: 03-10-2016

 

 
klik hier om naar boven te gaan